ä=ae | ö=oe | ü=ue | ß=ss

geldigheidsduur deutsch | geldigheidsduur in German

⇄ Deutsch
English Deutsch
usage Sprachgebrauch
In Dutch Certificaat met een geldigheidsduur van vijf werkdagen Niederländisch Certificaat met een geldigheidsduur van vijf werkdagen
in Dutch Certificaat geldig vanaf … (datum van begin van de geldigheidsduur) Niederländisch Certificaat geldig vanaf … (datum van begin van de geldigheidsduur)
Deutsch English
Sprachgebrauch usage
Niederländisch Certificaat met een geldigheidsduur van vijf werkdagen In Dutch Certificaat met een geldigheidsduur van vijf werkdagen
Niederländisch Certificaat geldig vanaf … (datum van begin van de geldigheidsduur) in Dutch Certificaat geldig vanaf … (datum van begin van de geldigheidsduur)